Vragenlijst

Ga direct naar:

 

Een vragenlijst of gespreksrichtlijn is één van de belangrijkste onderdelen van een kwantitatief of kwalitatief onderzoek. Wanneer een vragenlijst niet goed wordt opgezet of een gespreksrichtlijn niet genoeg informatie omvat, wordt er niet informatie verzameld om bindende conclusies te trekken. Een vragenlijst of gespreksrichtlijn vraagt namelijk naar de informatie waar men nog niet over beschikt.

 

offerte aanvragenDrie offertes ontvangen?

Wilt u een onderzoek laten uitvoeren? Zoekt u een vakkundig en ervaren marktonderzoekbureau? Alles over marktonderzoek zoekt drie bij uw onderzoeksvraag passende onderzoeksbureaus.

Ontvang gratis 3 offertes

 

Soorten vragenlijsten

Er zijn drie verschillende soorten vragenlijsten. Iedere vragenlijst wordt gebruikt bij een andere vorm van onderzoek. Hieronder staan de drie soorten van het meest gestructureerd naar het minst gestructureerd op een rij.

 

Enquête

Een enquête wordt uitgedragen bij kwantitatief onderzoek. Enquêtes bestaan voornamelijk uit gesloten vragen die gemeten kunnen worden. Een enquête wordt gebruikt wanneer vermoedens of meningen getoetst worden of wanneer er meting wordt gedaan om af te zetten tegen vorig onderzoek.

Een enquête kan online, telefonisch, schriftelijk of face-to-face worden afgenomen. De antwoorden staan over het algemeen vast. En het resultaat bestaat voornamelijk uit cijfermatige gegevens.

 

Semi-gestructureerde enquête

Een semi-gestructureerde enquête bestaat voornamelijk uit gesloten vragen. En wordt uitgevoerd bij een semi-kwantitatief onderzoek. Ondanks de gesloten vragen, is het mogelijk voor de enquêteur om door te vragen op antwoorden. Ook kan de enquêteur, als dit voordelig is voor de resultaten, de vragen in verschillende volgorde stellen. Omdat er een enquêteur aanwezig moet zijn, worden deze enquêtes telefonisch of face-to-face afgenomen.

De resultaten zijn voor een groot deel cijfermatig, maar geven ook inhoudelijke informatie over het onderwerp dat centraal staat.

 

Gespreksrichtlijn of checklistchecklist

Gespreksrichtlijnen of checklists worden gebruikt bij kwalitatief onderzoek. Er worden open vragen gesteld en er kan door worden gevraagd door de gespreksleider.

Een gespreksrichtlijn of checklist bestaat uit onderwerpen die besproken moeten worden. In de meeste gevallen heeft de gespreksleider ieder onderwerp uitgewerkt met mogelijke vragen die gesteld kunnen worden tijdens het gesprek. Tijdens het gesprek kan de gespreksleider ook vragen stellen die beter bij de respondent passen en het verloop van het gesprek. De volgorde van het gesprek en de vragen staat niet vast.

 

Opbouw vragenlijst

Het is van belang dat een vragenlijst in de juiste volgorde wordt opgebouwd. De vragen moeten uiteraard in een logische volgorde worden gesteld en in sommige gevallen maakt het voor het onderzoek ook uit in welke volgorde vragen worden gesteld.

 

Naamsbekendheid

Bij een naamsbekendheid onderzoek is het bijvoorbeeld erg belangrijk dat de vragen in de juiste volgorde gesteld worden. Er mag bij een naamsbekendheidonderzoek namelijk niet in het begin van de vragenlijst blijken om welke organisatie het gaat. Wanneer de naamsbekendheid van een organisatie wordt gemeten, mag de kennis van de respondent namelijk niet beïnvloed worden door de vragenlijst of enquêteur. Nadat er is gevraagd naar de kennis van de respondent, mag er echter wel bekend worden gemaakt om welke organisatie of wat voor soort organisatie het gaat.

Bij een naamsbekendheidonderzoek kan ook de top-of-mind worden gemeten. Dit is de organisatie, persoon of ding waar een respondent aan denkt wanneer er binnen een bepaald onderwerp naar erkenning wordt gevraagd. Wanneer er wordt gevraagd wat een respondent weet van Social Media en de respondent als eerste Facebook opnoemt, dan is Facebook top-of-mind bij de respondent.

 

Lengte vragenlijst

Het is erg belangrijk dat een vragenlijst om genoeg informatie vraagt, maar tegelijker tijd ook niet om te veel informatie vraagt. Een vragenlijst kan namelijk te kort zijn en daarom niet genoeg informatie verzamelen om een goede analyse uit te kunnen voeren. Maar een vragenlijst kan ook te lang zijn, waardoor de respondent afhaakt of geïrriteerd raakt. Hierdoor daalt de betrouwbaarheid van de resultaten.

Binnen een vragenlijst zijn niet altijd alle vragen relevant voor de gehele steekproef. Toch moeten bepaalde vragen verwerkt worden in een vragenlijst om een geschikte analyse uit te kunnen voeren. Daarom wordt er gebruik gemaakt van skips. Skips kunnen worden geprogrammeerd binnen een vragenlijst. Wanneer een respondent aan geeft nog bij zijn ouders te wonen en nog nooit zelfstandig te zijn geweest, is het niet relevant om te vragen hoeveel hij maandelijks kwijt is aan lasten of hypotheek. In dat geval wordt er gebruik gemaakt van een skip. De vraag wordt dan overgeslagen, of geskipt, want hij is niet relevant.

Meerdere skips in een vragenlijst vormen samen een routing, een route, door de vragenlijst heen.

 

Achtergrond kenmerken

Het is belangrijk om te vragen naar achtergrondkenmerken. Op basis van de achtergrondkenmerken kan er een doelgroep worden bepaald. De resultaten van de enquête kunnen op basis van de achtergrondkenmerken vooraf worden gesorteerd of kunnen worden gecategoriseerd.

Wanneer de achtergrondkenmerken vooraf worden gesorteerd, worden zij ook aan het begin van de enquête geplaatst. Wanneer de respondenten aan de hand van achtergrondkenmerken worden gecategoriseerd, kunnen de achtergrondkenmerken zowel aan het begin van de enquête als aan het einde van de enquête worden gevraagd.

Achtergrondkenmerken kunnen eigenschappen zoals geslacht, leeftijd, gezinssamenstelling en woonplaats zijn.

 

Soorten vragen

Er kunnen tijdens een kwantitatieve enquête drie verschillende gesloten vragen worden gesteld. Deze drie vragen worden als volgt benoemd:

  • Dichitome vraag Dit is een vraag met twee antwoord mogelijkheden, bijvoorbeeld “ja” of “nee”.
  • Multiple choice Dit is een vraag met meerdere antwoord mogelijkheden.
  • Schaalvragen Dit is een vraag waarbij de respondent aan de hand van een schaal een cijfer kan toekennen aan een stelling of vraag, antwoordmogelijkheden zijn hier bijvoorbeeld “helemaal eens”, “eens”, “neutraal”, “oneens” en “helemaal oneens”. Op basis van de soort analyse die men wil uitvoeren, wordt de het aantal punten op de schaal bepaald.

Bedenk van te voren goed welke vraagvorm het beste is voor de gewenste resultaten.

 

Verschillende meetniveaus

De gesloten vragen die worden gesteld in een vragenlijst kunnen worden gebaseerd op één van de volgende meetniveaus. Bij ieder meetniveau is een ander type analyse mogelijk. Daarom is belangrijk om van te voren te bepalen welke type informatie er moet blijken uit het onderzoek.

  • Nominaal Nominale variabelen kunnen niet worden gemeten in meer of minder. Nominale variabelen worden gerangschikt in categorieën, zoals geslacht of woonsituatie.intervalvariabel
  • Ordinaal Ordinale variabelen zijn gegevens waar een waarde aan kan verbonden worden. Ordinale variabelen kunnen worden gerangschikt, maar hebben geen nulpunt. Een voorbeeld van een ordinale variabele is een schaalvraag. Bij een schaalvraag kan ieder punt op de schaal gelijkwaardig zijn aan een cijfer. Bijvoorbeeld als volgt: 1 is helemaal oneens, 2 is oneens, 3 neutraal, 4 is eens en 5 is helemaal eens. Ieder antwoord kent een waarde, maar er is geen nulpunt.
  • Numeriek / metrisch Numerieke of metrische variabelen zijn kwantitatieve variabelen met een nulpunt. Er zijn twee soorten metrische variabelen. Er zijn intervalvariabelen en ratio variabelen.
    Intervalvariabelen zijn variabelen met een relatief nulpunt. Dit wil zeggen dat er een nulpunt is, maar dat dit nulpunt alleen relevant is bij deze gegevens. Jaartallen, temperaturen en intelligentie punten.
    Ook zijn er ratio variabelen. Ratio variabelen zijn eigenschappen met een absoluut nulpunt. Het is nulpunt is altijd relevant. Dit is bijvoorbeeld het geval bij percentages, inkomens en leeftijd.

Bedenk van te voren goed wat voor analyse er moet plaatsvinden. Op basis daarvan kunnen de juiste meetbare gegevens worden vastgesteld.

 

Opbouw van de vragen

Bij het samenstellen van de een vragenlijst is het van belang dat de vragen op de juiste manier gesteld worden. Hoe beter de vragen gesteld, hoe beter de antwoorden zijn die worden gegeven.

Er moet rekening worden gehouden met verschillende problemen die zich voor kunnen doen tijdens het vormen van de juiste vragen. Hieronder wordt een lijst met verschillende aandachtspunten weergegeven:

    • Zorg dat er naar de juiste informatie gevraagd wordt.
      Wanneer je wilt weten of iemand plezierig woont in een gemeente, moet er niet worden gevraagd hoe lang de respondent al woonachtig is in de gemeente. Dit heeft namelijk niets maken met de tevredenheid van de respondent.
    • Vraag naar één specifieke eigenschap, niet naar twee.
      Sommige vragen lijken één vraag, maar zijn er in werkelijkheid twee. Neem bijvoorbeeld de volgende vraag: “Hoe tevreden bent u met de hulp die u van uw vrienden en familie kreeg?” Bij deze vraag wordt er eigenlijk naar twee eigenschappen gevraagd. Er wordt namelijk gevraagd hoe tevreden de respondent is met de hulp die hij heeft ontvangen van vrienden en er wordt gevraagd hoe tevreden de respondent is met de hulp die hij heeft ontvangen van familie.
      Zorg er dus voor dat er bij iedere vraag naar één eigenschap wordt gevraagd.
    • Zorg ervoor dat de vraag maar op één manier geïnterpreteerd kan worden.
      Sommige vragen kunnen op verschillende manier begrepen worden. Neem bijvoorbeeld de volgende vraag: “Neemt u uw hond iedere donderdag mee naar het park?” Wanneer deze vraag niet met de juiste klemtoon wordt gesteld, zijn er verschillende antwoorden mogelijk.
      De respondent kan antwoorden dat hij zijn hond iedere dinsdag in plaats van donderdag meeneemt naar het park, maar ook dat hij zijn hond iedere donderdag meeneemt naar het strand. Ook kan de respondent antwoorden dat hij zijn hond niet meeneemt naar het park en er zelf op uit gaat.
      Dit probleem kan worden voorkomen door duidelijk aan te geven waar de klemtoon ligt in de vraag, of door beperkte antwoord mogelijkheden te geven binnen de vraag.
    • Zorg dat een vraag niet ingewikkeld is.
      Het is belangrijk dat de respondent de vragen begrijpt. Daarom moet er worden nagedacht over de positie van de respondent. Vraag jezelf af hoeveel kennis de respondent heeft over het onderwerp waar de enquête om draait. Ook hangt de leeftijd en het opleidingsniveau af van de taal die kan worden gebruikt.
    • Een vraag kan geen ontkenningen bevatten.
      Het kan zeer verwarrend over komen wanneer een vraag een ontkenning of zelfs een dubbele ontkenning bevat. Een voorbeeld van een vraag met dubbele ontkenning is: “Heeft u niet overwogen geen abonnement af te sluiten?” Door de verwarring is er een kans dat de vraag verkeerd wordt beantwoord.
    • Zorg dat de vraag concreet is.
      Termen zoals “soms”, “vaak” en “wel eens” zijn erg onduidelijk. Iedere respondent interpreteert deze termen anders, waardoor de antwoorden erg kunnen afwijken. Zorg dat een vraag concreet is. In plaats van te vragen: “Hoe vaak bent u in de afgelopen tijd naar het strand geweest?”, kan er beter worden gevraagd: “Hoe vaak bent u in de afgelopen twee jaar naar het strand geweest?”. Op deze manier zijn de antwoorden met elkaar te vergelijken.
    • Wees objectief, niet suggestief.
      Zorg dat een respondent altijd zijn eigen mening uit. Wees objectief en probeer niets te suggereren. Probeer niet in te spelen op gevoelens en laat de respondent zelf nadenken over het antwoord dat hij wil geven.
      Stel dus geen vraag zoals: “Vindt u het als moeder ook zo belangrijk dat uw kind sport?” Deze vraag zou een ouder misschien wel alleen met “ja” durven te beantwoorden, terwijl de ouder andere eigenschappen veel belangrijker kan vinden.
      De vraag kan beter als volgt worden gesteld: “In welke mate vindt u het belangrijk dat uw kind sport?”
    • Zorg voor algemene voorbeelden.
      Het kan helpen om een voorbeeld te noemen bij een vraag. Maar een voorbeeld kan er ook voor zorgen dat een respondent alleen aan de specifieke dingen denkt die in de voorbeelden werden genoemd. Als voorbeeld geldt dit ook bij de volgende vraag: ”Bent u in het bezit van huisdieren, zoals katten en honden?” De respondent kan in dit geval aannemen dat alleen katten of honden een geldig antwoord zijn, terwijl de respondent zelf in het bezit is van een konijn of cavia.
      Bij het opstellen van een vragenlijst is het dus erg belangrijk om aan deze eigenschappen te denken.

 

Vormen van antwoorden

Er kunnen verschillende analyses worden uitgevoerd op basis van een vragenlijst. Het is belangrijk om van te voren te bepalen welke analyse, en dus welke gegevens, er nodig zijn. Op basis hiervan kunnen de juiste vragen worden gesteld. Een vraag kan verschillende indelingen hebben. De verschillende indelingen zijn als volgt:

  • Bij een vraag met afzonderlijke antwoorden kan geen rangorde in de antwoorden worden aangebracht. Er kunnen geen gemiddelde uit de antwoorden blijken. Er kan worden laten zien hoe vaak bepaalde antwoorden voorkomen.
  • Bij een schaalvraag kan men een rang aan een stelling of vraag toekennen. Iemand kan bijvoorbeeld aangeven in welke mate ze het ergens mee eens zijn of in welke mate ze tevreden over iets zijn. De antwoorden die bijvoorbeeld mogelijk kunnen zijn, zijn helemaal oneens, oneens, neutraal, eens en helemaal eens. Bij een schaalverdeling kan een gemiddelde worden uitgerekend.
  • Bij een tegenstelling kan de onderzoeker ontdekken wat de respondent associeert bij een organisatie. Door twee tegenovergestelde voor te leggen en de respondent te laten kiezen, kan het imago van een organisatie worden getest. Een voorbeeld hiervan is om te vragen aan een respondent of hij een bepaalde organisatie goedkoop of duur vindt. De respondent kan vervolgens aangeven op een puntschaal aangeven wat volgens hem passend is voor de organisatie.
  • Bij een rangschikking kan er aan respondenten worden gevraagd om een rangorde te maken bij een aantal voorgelegde aspecten of eigenschappen. Op basis hiervan kunnen de prioriteiten van de doelgroep worden gemeten en kan het belang of de voorkeur van verschillende aspecten of eigenschappen worden gemeten ten opzichte van elkaar.

Deze vragen zijn ordinaal en kunnen in combinatie met nominale en metrische vragen worden gebruikt in een enquête.

 

Gesprekspunten en discussie vragen

Bij kwalitatief onderzoek wordt er gebruik gemaakt van een gesprekspuntenlijst en discussie vragen. Er wordt voornamelijk gebruik gemaakt van open vragen en het is belangrijk dat er een goede gespreksleider wordt aangewezen. Een diepte interview of groepsdiscussie wordt gehouden zodat achterliggende meningen kunnen worden achterhaald. Kwalitatief onderzoek is dus niet perse representatief voor de doelgroep, maar slechts een middel bij een onderzoek om, als onderzoeker, te oriënteren of te toetsen.

 

Gesloten vragen

Niet alleen open vragen kunnen gesteld worden bij een kwalitatief onderzoek. Er kunnen ook gesloten vragen worden gesteld. Deze vragen worden echter gesteld ter indicatie. Een gespreksleider kan een gesloten vraag stellen om een mening te peilen en vervolgens hier dieper op in te gaan. Een gespreksleider kan bijvoorbeeld de volgende vraag stellen: “Bent u tevreden met uw werkplek sinds de fusie?” Wanneer de respondent “ja” of “nee” antwoordt, kan de gespreksleider vragen waarom de respondent dit antwoord geeft.

 

Objectiviteit

Het is belangrijk om objectief te blijven tijdens een groepsdiscussie of diepte interview. De respondent mag niet het gevoel hebben dat er goede of foute antwoorden zijn en mag ook geen antwoorden in de mond worden gelegd. Omdat de respons van een diepte interview of groepsdiscussie laag is in verhouding met een vragenlijst, is het belangrijk dat de betrouwbaarheid hoog ligt.

 

Projectieve technieken

Het kan zijn dat een onderwerp erg gevoelig ligt of dat een respondent weinig kennis heeft over een onderwerp. In dit geval kan er gebruik worden gemaakt van projectieve technieken. Dit zijn technieken die waarbij er op een indirecte manier een situatie wordt voorgelegd aan de respondent. Er kan bij projectieve technieken worden gevraagd of de respondent zich kan inleven in een situatie of persoon.

 

Gespreksleider

Het is bij een groepsdiscussie en diepte interview van belang dat de respondent te maken heeft met een volwaardige gesprekspartner. De respondent moet het gevoel hebben dat de gesprekspartner hem begrijpt. Een respondent voelt zich meer op zijn gemak, wanneer een gespreksleider zich projecteert op de respondent. Dit betekent dat de projectleider dezelfde fysieke houding als de respondent kan aannemen, dat de gespreksleider zich op dezelfde manier kleed als de respondent of dat de gespreksleider dezelfde leeftijd heeft als de respondent.

 

Andere belangrijke punten

Naast de indeling van de vragen, de verschillende soorten vragen en de verschillende soorten analyses, zijn ook andere aspecten van belang. Om de juiste resultaten te werven moet er ook worden gedacht aan aspecten zoals vormgeving en de steekproef.

 

Vormgeving

Het is belangrijk dat de vragenlijst geschikt is vormgegeven. In de eerste instanties is het belangrijk dat een vragenlijst aangenaam is voor de respondent om door te nemen. Daarnaast kan de vormgeving van de vragenlijst ook invloed hebben op de antwoorden van de respondent. Wanneer het gaat om een naamsbekendheid onderzoek, is het niet verstandig om het logo van de desbetreffende organisatie zichtbaar te maken.

Een vragenlijst dat een moeilijk onderwerp bespreekt, bijvoorbeeld bij werktevredenheid, kan goed ondersteund worden door een aangename of verlichtende vormgeving.

 

Steekproef

Bij het afnemen van een vragenlijst moet rekening worden gehouden met de doelgroep. De grootte van de doelgroep en mensen die daarin worden gerepresenteerd zijn van belang.

De representativiteit van de doelgroep kan de manier waarop de vragenlijst wordt afgenomen bepalen, maar ook de schrijfstijl en de woordkeus.
Zorg dus dat bij het opstellen van de vragenlijst de doelgroep goed in kaart is gebracht.

 

Verwijzingen

Imotions. (2016, maart 22). 7 common pitfalls that can make or break your survey. Opgehaald van Imotions.com: https://imotions.com/blog/7-survey-pitfalls/

Markensteyn, E. (2015, mei 12). Online marktonderzoek: zo krijg je betere antwoorden & betrokken respondenten. Opgehaald van Frankwatching: https://www.frankwatching.com/archive/2015/05/12/online-marktonderzoek-zo-krijg-je-betere-antwoorden-betrokken-respondenten/

SIS International Research. (2017, januari 13). In-Depth Interviews. Opgehaald van SIS International Research: https://www.sisinternational.com/solutions/qualitative-quantitative-research-solutions/in-depth-interviews/

 

Blog

Wil je meer actualiteiten lezen over marktonderzoek?
Bezoek dan direct ons blog! En lees bijvoorbeeld de volgende blogs over vragenlijsten en enquêtes:

 

{"slides_column":"4","slides_scroll":"1","dots":"true","arrows":"true","autoplay":"true","autoplay_interval":"2000","loop":"true","rtl":"false","speed":"1000","center_mode":"false"}

Helpt u ons? Dan helpen wij u!

Door maar 5 vragen in te vullen, helpt u ons om de website te verbeteren
én maakt u kans op een waardebon van €25!