Steekproef berekenen

Berekenen van steekproefgrootte

Ga direct naar:
Inleiding

Het berekenen en tevens bepalen van de steekproefgrootte is een vak apart, omdat er gebruikgemaakt wordt van ingewikkelde formules. Deze pagina is er dan ook niet op gericht om u te vermoeien met statistische informatie. Voor het eenvoudig berekenen van de steekproefgrootte kan er namelijk gebruikgemaakt worden van de steekproefcalculator. In onderstaande tekst wordt er beknopt ingegaan op de bepalende factoren voor het berekenen van de steekproefgrootte.

Steekproefgrootte

De grootte van de benodigde geschikte steekproef wordt veelal bepaald door de grootte van de populatie, de gewenste betrouwbaarheid, de nauwkeurigheid en de foutmarge waarmee uitspraken kunnen worden gedaan die een zo goed mogelijk beeld geven van de werkelijkheid. Achtereenvolgens zal nu elk begrip worden toegelicht.

Populatie

De grootte van de populatie komt overeen met het antwoord op de volgende vraag: Uit hoeveel mensen bestaat de totale doelgroep? Het kan zijn dat de grootte van de populatie niet bekend is. In dit geval kan het getal 20.000 ingevuld worden, omdat de steekproefgrootte niet veel wijzigt voor populaties die groter zijn dan 20.000.

Betrouwbaarheid

In de praktijk hanteren marktonderzoekbureaus verschillende betrouwbaarheidspercentages om de steekproefgrootte te berekenen. Veelal worden er uitspraken gedaan op basis van een betrouwbaarheid van 95%, wat wil zeggen dat de onderzoeksresultaten in 19 van de 20 gevallen gelijk zullen zijn. Overige betrouwbaarheidspercentages die in mindere mate worden gebruikt, zijn 90% en 99%.

Nauwkeurigheid

Ieder onderzoek op basis van een steekproef geeft afwijkingen ten opzichte van de werkelijkheid. Deze afwijking wordt nauwkeurigheidsmarge of steekproefmarge genoemd. Deze marge is afhankelijk van de grootte van de steekproef en van het gevonden percentage in het onderzoek. Over het algemeen geldt hoe groter de steekproef, hoe kleiner de nauwkeurigheidsmarge en hoe meer het percentage rond de 50% ligt, hoe groter de nauwkeurigheidsmarge.

Een voorbeeld: bij een steekproefomvang van n=100 is de maximale nauwkeurigheidsmarge 9,8%. Dat betekent dat als uit het onderzoek komt dat 50% van de respondenten man is, het werkelijke percentage mannen in de populatie tussen de 40,2% en 59,8% ligt. Bij een gevonden percentage van 10% is de nauwkeurigheidsafwijking echter 5,9%. Dat betekent dat als uit het onderzoek komt dat 10% man is, dit in werkelijkheid tussen de 4,1% en de 15,9% ligt.

Het is gebruikelijk om, bij het bepalen van de gewenste steekproefgrootte, uit te gaan van een uitkomst van 50%. Bij dit percentage is de nauwkeurigheidsmarge het grootst. Over het algemeen wordt veel gewerkt met steekproefgroottes waarbij de maximale nauwkeurigheidsafwijking 5% is.

Formule steekproefgrootte

De onderstaande factoren zijn van belang om de steekproefgrootte te berekenen.

  • grootte van de populatie
  • betrouwbaarheid
  • nauwkeurigheid of foutmarge
  • budget
  • tijd in verhouding tot de bereikbaarheid van de doelgroep

Je kunt onderscheid maken tussen een steekproef uit een eindige populatie en uit een oneindige populatie.

De formule voor een steekproef waarbij de populatie eindig is:
n>= N x z ² x p(1-p)
z ² x p(1-p) + (N-1) x F ²

De formule voor een steekproef waarbij de populatie oneindig is:
n>= z ² x p(1-p)
F ²

De uitkomst van bovengenoemde berekening geeft dus aan hoeveel respondenten je minimaal terug moet hebben. Hierbij is:

n = het aantal benodigde respondenten. Altijd naar boven afronden
z = de standaardafwijking bij een bepaald betrouwbaarheids%. Dus 1,96 bij 95% betrouwbaarheid. Deze wordt bijna altijd gebruikt. Zie voor andere getallen de boeken statistiek.
N = de grootte van de populatie
p = de kans dat iemand een bepaald antwoord geeft (in de meeste gevallen 50%)
F = de foutmarge vaak wordt hierbij 3%, 5% of 7%.

Bron: www.marktonderzoek.punt.nl