Vragenlijst

Inleiding

De vragenlijst is een van de meest belangrijke onderdelen van een onderzoek, omdat het het meetinstrument is waarmee de onderzoeksvragen worden beantwoord. Er zijn verschillende soorten vragenlijsten. Welke vragenlijst wordt gebruikt, wordt bepaald door de gekozen onderzoeksmethode.

Soorten vragenlijsten

Enquête:

Wordt gebruikt bij kwantitatief onderzoek (telefonisch, schriftelijk, online of face-to-face). De vragen, de volgorde waarin zij worden gesteld en de mogelijke antwoorden staan vast. Het resultaat zijn cijfermatige gegevens.

Semi-gestructureerde enquête:

Wordt gebruikt bij semi-kwantitatief onderzoek (telefonisch, of face-to-face). De vragen en de volgorde waarin zij worden gesteld staan in grote lijnen vast. De enquêteur heeft echter in beperkte mate de ruimte om door te vragen op de antwoorden van de respondent en om te variëren in de volgorde van de vragen, als dat beter is voor het verloop van het gesprek en de uiteindelijke resultaten. De resultaten zijn zowel cijfermatige gegevens als gegevens met een meer kwalitatief karakter die meer inhoudelijke informatie geven over het onderwerp dat centraal staat in het onderzoek.

Gespreksrichtlijn of checklist:

Deze vormen van vragenlijst wordt gebruikt bij kwalitatief onderzoek, zoals interviews of groepsdiscussies (panels). De lijst bestaat uit onderwerpen die in het gesprek aan de orde moeten komen. In de meeste gevallen worden deze onderwerpen door de onderzoeker op papier uitgewerkt in de vorm van mogelijke vragen die relevant zijn. De gespreksleider of interviewer heeft zelf de mogelijkheid om de formulering van de vragen aan te passen aan de respondenten en het verloop van het gesprek. Ook de volgorde waarin de vragen kunnen worden gesteld staat niet vast. Bovendien kunnen tijdens het gesprek of de discussie nog vragen worden toegevoegd om meer informatie over een bepaald onderwerp te verkrijgen.

De opbouw van de vragenlijst

Voor alle soorten vragenlijsten is het belangrijk hoe deze is opgebouwd. Over het algemeen geldt dat het onderzoeksonderwerp meestal in eerste instantie zo breed mogelijk wordt benaderd, om vervolgens meer specifieke vragen te stellen.

Voorbeeld:
Welke toiletartikelen gebruikt u zoal?
Gebruikt u ook tandpasta?
Hoeveel tubes tandpasta per maand gebruikt u van merk x?

In de vragenlijst dient ook in te worden gegaan op achtergrondkenmerken, zoals geslacht, leeftijd, woonplaats, inkomen. Op basis van achtergrondkenmerken kunnen respondenten vooraf worden geselecteerd, of kunnen de antwoorden van de respondenten achteraf worden gecategoriseerd. In het eerste geval begint de vragenlijst met de achtergrondkenmerken van de respondent, in het tweede geval maakt het in principe niet uit of de achtergrondkenmerken aan het begin of aan het eind van de vragenlijst worden gesteld. Bij kwantitatief onderzoek worden de achtergrondkenmerken meestal aan het eind gevraagd. Welke achtergrondkenmerken worden gevraagd, is afhankelijk van het onderwerp van het onderzoek.

In sommige gevallen is het niet nodig om alle vragen aan alle respondenten te stellen. In enquêtes worden dan zogenaamde 'skips' ingebouwd, die tezamen een 'routing' door de vragenlijst aangeven.

Overigens is het natuurlijk belangrijk dat de vragen in een logische volgorde worden gesteld. Het is daarom zinvol om de vragenlijst voor het onderzoek te testen door deze bij een proefpersoon af te nemen of te laten in vullen. Als dat niet kan, is het belangrijk om zelf de vragenlijst bij wijze van test in te vullen.

Soorten vragen van een enquête

Vragen die kunnen worden gebruikt bij een (semi-gestructureerde) enquête, zijn gesloten vragen of open vragen. Een enquête voor kwantitatief onderzoek bestaat meestal voor slechts 10% uit open vragen en voor de overige 90% uit gesloten vragen. Open vragen zijn vragen waarop de respondent zelf een antwoord moet formuleren, bijvoorbeeld, "Wat zijn je ervaringen met dit product?"; "Kun je iets vertellen over je geboorteplaats?" Deze vragen worden meestal letterlijk ingevoerd en worden indien nodig daarna gecodeerd en gecategoriseerd. In het rapport van het onderzoek kan gekozen worden om ofwel een lijst met de letterlijke antwoorden op te nemen, ofwel om de gecodeerde antwoorden in percentages weer te geven. Gesloten vragen leveren direct cijfermatige antwoorden op.

Gesloten vragen zijn er in verschillende soorten en kunnen op verschillende manier worden ingedeeld. Eén van de mogelijke indelingen is de volgende:

  • Dichotome vraag: waarbij de respondent uit 2 antwoordcategorieën er één moet kiezen (bv. ja of nee).
  • Multiple choice vraag: waarbij de respondent uit meerdere antwoordcategorieën er één kan kiezen. In sommige gevallen kan de onderzoeker er voor kiezen om aan te geven dat de respondent meer dan één antwoord mag aankruisen.
  • Schaalvraag: waarbij de antwoorden een bepaalde gradatie op een schaal aangeven. veel gebruikte schalen zijn vijfpuntschalen en zevenpuntschalen (bijvoorbeeld: helemaal mee eens, mee eens, neutraal, mee oneens, helemaal mee oneens). De keuze voor een schaal is bepalend voor de analyses die kunnen worden uitgevoerd.

Het formuleren van vragen

Bij het formuleren van vragen dient op een aantal zaken te worden gelet:

  • de vraag meet het juiste: geeft het antwoord op de onderzoeksvraag;
  • de vraag bestaat uit 1 vraag en niet uit 2 vragen;
  • de vraag is eenduidig te interpreteren (er is maar een uitleg van de vraag mogelijk);
  • de vraag is duidelijk voor de respondent (niet te moeilijk taalgebruik, woordkeus);
  • de vraag bevat geen ontkenningen in de formulering;
  • de vraag moet zo concreet mogelijk zijn;
  • de vraag moeten zo neutraal mogelijk worden geformuleerd (geen antwoorden suggereren.

Meetniveaus bij gesloten vragen

Er zijn verschillende meetniveaus mogelijk bij gesloten vragen. Per meetniveau zijn andere analyses mogelijk. Daarom is het belangrijk om van te voren te bedenken welk type informatie uit een onderzoek moet komen.

Nominaal (naamgeving): Nominale variabelen zijn variabelen waarbij de categorieën namen of dingen betreffen die niet kunnen worden gerangschikt in termen van meer of minder en waar niet mee gerekend kan worden (dus bijvoorbeeld geen gemiddelde kan worden berekend).

Ordinaal (rangschikking): Ordinale variabelen zijn variabelen waaraan wel een waarde wordt toegekend en die wel gerangschikt kunnen worden, maar die geen nulpunt hebben. Bijvoorbeeld: 1= helemaal mee oneens, 2= mee oneens, 3 = neutraal, 4= mee eens; 5= helemaal mee eens.

Metrisch (gelijkheidsverschillen of verhoudingen): Metrische variabelen zijn kwantitatieve variabelen. Er zijn twee soorten: intervalvariabelen, waarbij de meetuitkomst verwijst naar een relatief nulpunt (zoals bij jaartallen en temperatuur) of ratiovariabelen, die een absoluut nulpunt hebben (zoals bij gewichten en leeftijden).

Antwoordcategorieën bij gesloten vragen

Bij het opstellen van de antwoordcategorieën is het belangrijk om erop te letten dat:

  • de antwoordcategorieën aansluiten bij de vraagformulering (taalkundig en logisch);
  • de antwoordcategorieën alle mogelijkheden dekken;
  • de antwoordcategorieën elkaar uitsluiten;
  • antwoordcategorieën per vraag dezelfde dimensie aanhouden;
  • na afronding van het veldwerk de benodigde analyses mogelijk zijn.

Ook is het in sommige gevallen verstandig om een categorie 'weet niet/ geen mening' , of 'anders, namelijk….' toe te voegen.

Soorten vragen van een gespreksrichtlijn of checklist

In een gespreksrichtlijn of checklist kunnen alle relevante vragen worden opgenomen die in een gesprek over het onderzoeksonderwerp aan de orde komen. Het is belangrijk om de vragen zo open en objectief mogelijk te houden, zodat de respondent geen antwoorden in de mond worden gelegd. Dus niet: "Dus dit vind je wel een goede website?", maar wel "Vind je dit een goede of een slechte website?". Ook is het belangrijk om zo veel mogelijk door te vragen op de antwoorden van de respondenten door bijvoorbeeld om een uitleg of een toelichting te vragen.

Wanneer een onderwerp (sociaal) gevoelig ligt, of wanneer de verwachting is dat de respondent over weinig concrete informatie over een onderwerp beschikt maar daar wel gevoelens of meningen over heeft, kunnen op een indirecte manier vragen worden gesteld. Deze indirecte manier van vragen wordt ook wel projectieve technieken genoemd.


Ga terug naar het begin van de pagina

Heeft u een opmerking of suggestie, wij horen die graag van u.